Vandaag een antwoord op de vraag van Sanne:
- Ik heb heel regelmatig last van obstipatie, terwijl ik heel vezelrijk eet. Hoe kan dat?
Obstipatie
Obstipatie (verstopping van je darmen) zal je gaan ervaren, wanneer de inhoud van je darmen niet richting de uitgang van je darmen getransporteerd wordt.
De inhoud van je darmen zal onder andere niet richting de uitgang van je darmen getransporteerd worden, wanneer je levercellen niet in staat zijn om beschadigde plasma eiwitten en plasma globulines te vervangen door nieuwe intacte varianten en deze in de bloedsomloop af te geven.
Wanneer je levercellen niet in staat zijn om beschadigde plasma eiwitten en plasma globulines te vervangen door nieuwe intacte varianten en deze in de bloedsomloop af te geven, dan zullen intacte plasma eiwitten en plasma eiwitten die het vochtgehalte in de bloedsomloop, de hoeveelheid opgeloste stoffen in de bloedsomloop, de zuurtegraad in de bloedsomloop, je bloedsuikerspiegel en je bloeddruk op een constant en ideaal peil helpen houden in de bloedsomloop ontbreken, kan het vochtgehalte in de bloedsomloop, de hoeveelheid opgeloste stoffen in de bloedsomloop, de zuurtegraad in de bloedsomloop, je bloedsuikerspiegel en je bloeddruk niet op een constant en ideaal peil gehouden worden, kunnen elektrolyten (ionen) niet samen met vocht gelijkmatig over alle weefsels en cellen verdeeld worden, zal het spierweefsel in je darmwand regelmatig uitgeput raken van vocht en elektrolyten (ionen), zullen de spiercellen die aanwezig zijn in de wand van je darmen niet in staat zijn om ionen met spierspanning verhogende en ionen met spierspanning verlagende eigenschappen afwisselend door hun membranen te transporteren zodra de druk op je darmwand toeneemt, zullen de spieren die aanwezig zijn in je maagwand en darmwand niet geprikkeld worden om afwisselend aanspannende en ontspannende bewegingen te vertonen zodra de druk op je maagwand en darmwand toeneemt en zal de inhoud van je darmen niet richting de uitgang getransporteerd worden namelijk.
Dit betekent dat wanneer je regelmatig met obstipatie kampt, terwijl je heel vezelrijk eet, je levercellen niet in staat zijn om beschadigde plasma eiwitten en plasma globulines te vervangen door nieuwe intacte varianten en deze in de bloedsomloop af te geven, intacte plasma eiwitten en plasma eiwitten die het vochtgehalte in de bloedsomloop, de hoeveelheid opgeloste stoffen in de bloedsomloop, de zuurtegraad in de bloedsomloop, je bloedsuikerspiegel en je bloeddruk op een constant en ideaal peil helpen houden in de bloedsomloop ontbreken, het vochtgehalte in de bloedsomloop, de hoeveelheid opgeloste stoffen in de bloedsomloop, de zuurtegraad in de bloedsomloop, je bloedsuikerspiegel en je bloeddruk niet op een constant en ideaal peil gehouden kan worden, elektrolyten (ionen) niet samen met vocht gelijkmatig over alle weefsels en cellen verdeeld worden, het spierweefsel in je darmwand regelmatig uitgeput raakt van vocht en elektrolyten (ionen), de spiercellen die aanwezig zijn in de wand van je darmen niet in staat zijn om ionen met spierspanning verhogende en ionen met spierspanning verlagende eigenschappen afwisselend door hun membranen te transporteren zodra de druk op je darmwand toeneemt, de spieren die aanwezig zijn in je maagwand en darmwand niet geprikkeld worden om afwisselend aanspannende en ontspannende bewegingen te vertonen zodra de druk op je maagwand en darmwand toeneemt en de inhoud van je darmen niet richting de uitgang getransporteerd wordt als gevolg daarvan.
Het vervangen van beschadigde plasma eiwitten en plasma globulines door nieuwe intacte varianten
Je levercellen zullen niet in staat zijn om beschadigde plasma eiwitten en plasma globulines te vervangen door nieuwe intacte varianten en deze in de bloedsomloop af te geven, wanneer je levercellen niet in staat zijn om peptidasen (eiwitten die de vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van cellen richting de lysosomen (de membraan omhulde afbraak en afval blaasjes) van cellen en het extracellulaire milieu mogelijk maken) te vormen.
Enkel wanneer je levercellen in staat zijn om peptidasen (eiwitten die de vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van cellen richting de lysosomen (de membraan omhulde afbraak en afval blaasjes) van cellen en het extracellulaire milieu mogelijk maken) te vormen, dan zijn je levercellen in staat om peptidasen richting hun lysosomen en richting het extracellulaire milieu te transporteren, zijn je levercellen in staat zijn om de beschadigde plasma eiwitten en beschadigde plasma globulines die aanwezig zijn in hun lysosomen en in het extracellulaire milieu te verteren tot opgeloste aminozuren, kunnen je levercellen over voldoende opgeloste aminozuren beschikken om nieuwe intacte plasma eiwitten en plasma globulines te vormen en zijn je levercellen in staat zijn om nieuwe intacte plasma eiwitten en plasma globulines na vorming in het extracellulaire milieu af te geven namelijk.
Je levercellen zullen enkel in staat zijn om peptidasen (eiwitten die de vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van cellen richting de lysosomen (de membraan omhulde afbraak en afval blaasjes) van cellen en het extracellulaire milieu mogelijk maken) te vormen, wanneer je levercellen kunnen beschikken over voldoende opgeloste aminozuren (de verteringsproducten van eiwitten) die deze cellen nodig hebben om nieuwe eiwitten zoals peptidasen en transport eiwitten te kunnen vormen.
Over voldoende opgeloste aminozuren (de verteringsproducten van eiwitten) die je levercellen nodig hebben om nieuwe eiwitten zoals peptidasen en transport eiwitten te kunnen vormen kunnen je levercellen echter niet beschikken, wanneer je vezelrijke voeding onvoldoende bronnen van eiwitten met essentiële aminozuren (aminozuren die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) daarin aanwezig levert en/of wanneer de eiwitten in je vezelrijke voeding niet goed verteerd kunnen worden tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal.
Dit betekent dat wanneer je vezelrijke voeding onvoldoende bronnen van eiwitten met essentiële aminozuren (aminozuren die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) daarin aanwezig levert en/of wanneer de eiwitten in je vezelrijke voeding niet goed verteerd kunnen worden tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal, je levercellen niet in staat zullen zijn om peptidasen (eiwitten die de vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van cellen richting de lysosomen (de membraan omhulde afbraak en afval blaasjes) van cellen en het extracellulaire milieu mogelijk maken) te vormen, je levercellen niet in staat zullen zijn om peptidasen richting hun lysosomen en richting het extracellulaire milieu te transporteren, je levercellen niet in staat zullen zijn om de beschadigde plasma eiwitten en beschadigde plasma globulines die aanwezig zijn in hun lysosomen en in het extracellulaire milieu te verteren tot opgeloste aminozuren, je levercellen niet over voldoende opgeloste aminozuren kunnen beschikken om nieuwe intacte plasma eiwitten en plasma globulines te vormen, je levercellen niet in staat zullen zijn om nieuwe intacte plasma eiwitten en plasma globulines na vorming in het extracellulaire milieu af te geven, intacte plasma eiwitten en plasma eiwitten die het vochtgehalte in de bloedsomloop, de hoeveelheid opgeloste stoffen in de bloedsomloop, de zuurtegraad in de bloedsomloop, je bloedsuikerspiegel en je bloeddruk op een constant en ideaal peil helpen houden in de bloedsomloop zullen ontbreken, het vochtgehalte in de bloedsomloop, de hoeveelheid opgeloste stoffen in de bloedsomloop, de zuurtegraad in de bloedsomloop, je bloedsuikerspiegel en je bloeddruk niet op een constant en ideaal peil gehouden zal kunnen worden, elektrolyten (ionen) niet samen met vocht gelijkmatig over alle weefsels en cellen verdeeld zullen worden, het spierweefsel in je darmwand regelmatig uitgeput zal raken van vocht en elektrolyten (ionen), de spiercellen die aanwezig zijn in de wand van je darmen niet in staat zullen zijn om ionen met spierspanning verhogende en ionen met spierspanning verlagende eigenschappen afwisselend door hun membranen te transporteren zodra de druk op je darmwand toeneemt, de spieren die aanwezig zijn in je maagwand en darmwand niet geprikkeld zullen worden om afwisselend aanspannende en ontspannende bewegingen te vertonen zodra de druk op je maagwand en darmwand toeneemt en de inhoud van je darmen niet richting de uitgang getransporteerd zal worden ook al zijn er veel vezels aanwezig in je darmen.
Essentiële aminozuren
Essentiële aminozuren betreffen de volgende negen aminozuren:
- Histidine
- Lysine
- Tryptofaan
- Fenylalanine
- Leucine
- Isoleucine
- Methionine
- Valine
- Threonine
Dit betekent dat wanneer je vezelrijke voeding onvoldoende bronnen van eiwitten levert die gezamenlijk al deze aminozuren bezitten of wanneer de vertering van de eiwitten in je vezelrijke voeding tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal niet goed verloopt, je levercellen niet in staat zullen zijn om peptidasen (eiwitten die de vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van cellen richting de lysosomen (de membraan omhulde afbraak en afval blaasjes) van cellen en het extracellulaire milieu mogelijk maken) te vormen, je levercellen niet in staat zullen zijn om peptidasen richting hun lysosomen en richting het extracellulaire milieu te transporteren, je levercellen niet in staat zullen zijn om de beschadigde plasma eiwitten en beschadigde plasma globulines die aanwezig zijn in hun lysosomen en in het extracellulaire milieu te verteren tot opgeloste aminozuren, je levercellen niet over voldoende opgeloste aminozuren kunnen beschikken om nieuwe intacte plasma eiwitten en plasma globulines te vormen, je levercellen niet in staat zullen zijn om nieuwe intacte plasma eiwitten en plasma globulines na vorming in het extracellulaire milieu af te geven, intacte plasma eiwitten en plasma eiwitten die het vochtgehalte in de bloedsomloop, de hoeveelheid opgeloste stoffen in de bloedsomloop, de zuurtegraad in de bloedsomloop, je bloedsuikerspiegel en je bloeddruk op een constant en ideaal peil helpen houden in de bloedsomloop zullen ontbreken, het vochtgehalte in de bloedsomloop, de hoeveelheid opgeloste stoffen in de bloedsomloop, de zuurtegraad in de bloedsomloop, je bloedsuikerspiegel en je bloeddruk niet op een constant en ideaal peil gehouden zal kunnen worden, elektrolyten (ionen) niet samen met vocht gelijkmatig over alle weefsels en cellen verdeeld zullen worden, het spierweefsel in je darmwand regelmatig uitgeput zal raken van vocht en elektrolyten (ionen), de spiercellen die aanwezig zijn in de wand van je darmen niet in staat zullen zijn om ionen met spierspanning verhogende en ionen met spierspanning verlagende eigenschappen afwisselend door hun membranen te transporteren zodra de druk op je darmwand toeneemt, de spieren die aanwezig zijn in je maagwand en darmwand niet geprikkeld zullen worden om afwisselend aanspannende en ontspannende bewegingen te vertonen zodra de druk op je maagwand en darmwand toeneemt en de inhoud van je darmen niet richting de uitgang getransporteerd zal worden ook al zijn er veel vezels aanwezig in je darmen.
De vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal
De vertering (de enzymatische splitsing) van eiwitten tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal zal niet goed verlopen, wanneer je vezelrijke voeding onvoldoende voorziet in vocht en onvoldoende voorziet in essentiële voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding), maar zal ook niet goed verlopen wanneer je vezelrijke voeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiële stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam).
Wanneer je vezelrijke voeding onvoldoende voorziet in vocht en onvoldoende voorziet in essentiële voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) en/of wanneer je vezelrijke voeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiële stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam), dan zullen de kliercellen in je lijf (de kliercellen in de wand van je spijsverteringskanaal en de kliercellen in je alvleesklier) die peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) moeten vormen niet in staat zijn om deze te vormen, zullen deze kliercellen niet in staat zijn om peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) af te geven richting je spijsverteringskanaal en zal ook de optimale zuurtegraad die peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) nodig hebben om goed te kunnen werken ontbreken in je spijsverteringskanaal namelijk.
Dit betekent dat wanneer je vezelrijke voeding onvoldoende voorziet in essentiële voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding), maar ook wanneer je vezelrijke voeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiële stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam), je levercellen niet in staat zullen zijn om peptidasen (eiwitten die de vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van cellen richting de lysosomen (de membraan omhulde afbraak en afval blaasjes) van cellen en het extracellulaire milieu mogelijk maken) te vormen, je levercellen niet in staat zullen zijn om peptidasen richting hun lysosomen en richting het extracellulaire milieu te transporteren, je levercellen niet in staat zullen zijn om de beschadigde plasma eiwitten en beschadigde plasma globulines die aanwezig zijn in hun lysosomen en in het extracellulaire milieu te verteren tot opgeloste aminozuren, je levercellen niet over voldoende opgeloste aminozuren kunnen beschikken om nieuwe intacte plasma eiwitten en plasma globulines te vormen, je levercellen niet in staat zullen zijn om nieuwe intacte plasma eiwitten en plasma globulines na vorming in het extracellulaire milieu af te geven, intacte plasma eiwitten en plasma eiwitten die het vochtgehalte in de bloedsomloop, de hoeveelheid opgeloste stoffen in de bloedsomloop, de zuurtegraad in de bloedsomloop, je bloedsuikerspiegel en je bloeddruk op een constant en ideaal peil helpen houden in de bloedsomloop zullen ontbreken, het vochtgehalte in de bloedsomloop, de hoeveelheid opgeloste stoffen in de bloedsomloop, de zuurtegraad in de bloedsomloop, je bloedsuikerspiegel en je bloeddruk niet op een constant en ideaal peil gehouden zal kunnen worden, elektrolyten (ionen) niet samen met vocht gelijkmatig over alle weefsels en cellen verdeeld zullen worden, het spierweefsel in je darmwand regelmatig uitgeput zal raken van vocht en elektrolyten (ionen), de spiercellen die aanwezig zijn in de wand van je darmen niet in staat zullen zijn om ionen met spierspanning verhogende en ionen met spierspanning verlagende eigenschappen afwisselend door hun membranen te transporteren zodra de druk op je darmwand toeneemt, de spieren die aanwezig zijn in je maagwand en darmwand niet geprikkeld zullen worden om afwisselend aanspannende en ontspannende bewegingen te vertonen zodra de druk op je maagwand en darmwand toeneemt en de inhoud van je darmen niet richting de uitgang getransporteerd zal worden ook al zijn er veel vezels aanwezig in je darmen.
Essentiële voedingsstoffen
Essentiële voedingsstoffen betreffen de volgende voedingsstoffen:
- Alle vitamines (zowel water oplosbare als vet oplosbare varianten).
- Zes specifieke mineralen (calcium, magnesium, fosfor, kalium, natrium en chloride).
- Negen specifieke spoorelementen (ijzer, jodium, koper, kobalt, zink, selenium, mangaan, molybdeen en chroom).
- Negen specifieke aminozuren (histidine, lysine, tryptofaan, fenylalanine, leucine, isoleucine, methionine, valine en threonine).
- Twee specifieke vetzuren (linolzuur en alfalinoleenzuur).
Voedingsmiddelen die bovengenoemde voedingsstoffen volop bezitten en ook vocht bezitten betreffen:
- Verse groenten.
- Vers fruit.
- Ei, mager vlees, magere vis en magere, naturel (aangezuurde) dierlijke zuivel of soja producten (in zo min mogelijk bewerkte en niet te sterk verhitte/ongebrande vorm).
- Noten, zaden, pitten, algen, wieren en vette vis (in zo min mogelijk bewerkte en rauwe/onverhitte vorm).
Niet-essentiële stoffen betreffen de volgende voedingsstoffen:
- Enkelvoudige suikers (zoals glucose, fructose en galactose).
- Alle overige aminozuren (die hierboven niet genoemd worden).
- Alle overige vetzuren (die hierboven niet genoemd worden).
- Cholesterol.
- Alle overige mineralen en spoorelementen (die hierboven niet genoemd worden).
- Voedingsstoffen die aanwezig zijn in voedingsmiddelen die een sterk bewerkingsproces of sterk verbrandingsproces hebben ondergaan (en daardoor al allerhande biochemische reacties hebben ondergaan, waardoor ze hun oorspronkelijke structuur en functie hebben verloren en belastend of toxisch zijn geworden).
Dit betekent dat wanneer je vezelrijke voeding onvoldoende voorziet in bovengenoemde voedingsmiddelen, maar ook wanneer je vezelrijke voeding teveel (naar verhouding) voorziet in andere voedingsmiddelen of voedingsmiddelen die een sterk bewerkingsproces of verbrandingsproces hebben doorgemaakt (en daardoor vele stoffen bezit die niet in je lijf mogen belanden), je levercellen niet in staat zullen zijn om peptidasen (eiwitten die de vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van cellen richting de lysosomen (de membraan omhulde afbraak en afval blaasjes) van cellen en het extracellulaire milieu mogelijk maken) te vormen, je levercellen niet in staat zullen zijn om peptidasen richting hun lysosomen en richting het extracellulaire milieu te transporteren, je levercellen niet in staat zullen zijn om de beschadigde plasma eiwitten en beschadigde plasma globulines die aanwezig zijn in hun lysosomen en in het extracellulaire milieu te verteren tot opgeloste aminozuren, je levercellen niet over voldoende opgeloste aminozuren kunnen beschikken om nieuwe intacte plasma eiwitten en plasma globulines te vormen, je levercellen niet in staat zullen zijn om nieuwe intacte plasma eiwitten en plasma globulines na vorming in het extracellulaire milieu af te geven, intacte plasma eiwitten en plasma eiwitten die het vochtgehalte in de bloedsomloop, de hoeveelheid opgeloste stoffen in de bloedsomloop, de zuurtegraad in de bloedsomloop, je bloedsuikerspiegel en je bloeddruk op een constant en ideaal peil helpen houden in de bloedsomloop zullen ontbreken, het vochtgehalte in de bloedsomloop, de hoeveelheid opgeloste stoffen in de bloedsomloop, de zuurtegraad in de bloedsomloop, je bloedsuikerspiegel en je bloeddruk niet op een constant en ideaal peil gehouden zal kunnen worden, elektrolyten (ionen) niet samen met vocht gelijkmatig over alle weefsels en cellen verdeeld zullen worden, het spierweefsel in je darmwand regelmatig uitgeput zal raken van vocht en elektrolyten (ionen), de spiercellen die aanwezig zijn in de wand van je darmen niet in staat zullen zijn om ionen met spierspanning verhogende en ionen met spierspanning verlagende eigenschappen afwisselend door hun membranen te transporteren zodra de druk op je darmwand toeneemt, de spieren die aanwezig zijn in je maagwand en darmwand niet geprikkeld zullen worden om afwisselend aanspannende en ontspannende bewegingen te vertonen zodra de druk op je maagwand en darmwand toeneemt en de inhoud van je darmen niet richting de uitgang getransporteerd zal worden ook al zijn er veel vezels aanwezig in je darmen.
(Bel/video)consult
Kamp je regelmatig met obstipatie, terwijl je heel vezelrijk eet en wil je leren hoe je m.b.v. je voeding ervoor kan zorgen dat elektrolyten (ionen) weer beter t.o.v. eerder samen met vocht gelijkmatig over alle weefsels en cellen verdeeld zullen worden, het spierweefsel in je darmwand minder vaak t.o.v. eerder uitgeput zal raken van vocht en elektrolyten (ionen), de spiercellen die aanwezig zijn in de wand van je darmen beter t.o.v. eerder in staat zullen zijn om ionen met spierspanning verhogende en ionen met spierspanning verlagende eigenschappen afwisselend door hun membranen te transporteren zodra de druk op je darmwand toeneemt, de spieren die aanwezig zijn in je maagwand en darmwand vaker t.o.v. eerder geprikkeld zullen worden om afwisselend aanspannende en ontspannende bewegingen te vertonen zodra de druk op je maagwand en darmwand toeneemt en de inhoud van je darmen vaker t.o.v. eerder richting de uitgang getransporteerd zal worden?
Vraag je dan een (bel/video) consult aan, want ik help daar graag bij!






Add comment