Vandaag een antwoord op de vraag van Mieke: 

  • Ik ben nu al een tijdje calorie beperkt en koolhydraat beperkt aan het eten, maar verlies geen lichaamsvetmassa, hoe kan dat? 

Het verlies van lichaamsvetmassa

Het verlies van lichaamsvetmassa zal je enkel bereiken, wanneer je lichaamscellen in staat zijn om opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) te verbranden in hun mitochondriƫn.
 
Lichaamsvetten zullen niet verbruikt worden, wanneer je lichaamscellen niet in staat zijn om opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) te verbranden in hun mitochondriƫn namelijk.
 
Je lichaamscellen zullen niet in staat zijn om opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) te verbranden in hun mitochondriƫn, wanneer je lichaamscellen niet kunnen beschikken over opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten).
 
Dit betekent dat wanneer je al een tijdje calorie beperkt en koolhydraat beperkt aan het eten bent, maar geen lichaamsvetmassa verliest, je lichaamscellen tot nu toe niet goed over opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) konden beschikken.

De vorming van plasma eiwitten en plasma globulines in en door je levercellen

 Je lichaamscellen zullen enkel over opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) kunnen beschikken, wanneer je lichaamscellen opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) uit het extracellulaire milieu (uit de buitenwereld) hebben kunnen opnemen.

Dit is enkel het geval wanneer er plasma eiwitten en plasma globulines in de grote bloedsomloop aanwezig zijn die het vochtgehalte en het gehalte aan opgeloste stoffen in de grote bloedsomloop op een constant en ideaal peil helpen houden.

Plasma eiwitten en plasma globulines die het vochtgehalte en het gehalte aan opgeloste stoffen in de grote bloedsomloop op een constant en ideaal peil helpen houden zullen echter niet in de grote bloedsomloop aanwezig zijn, wanneer je levercellen deze niet hebben kunnen vormen en niet in de grote bloedsomloop hebben kunnen afgeven.

Je levercellen zullen hier niet toe in staat zijn, wanneer je levercellen niet in staat zijn om nieuwe peptidasen (eiwitten die de vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en nieuwe transport eiwitten (nieuwe eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van cellen mogelijk maken) te vormen.

Wanneer je levercellen niet in staat zijn om nieuwe peptidasen (nieuwe eiwitten die de vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en nieuwe transport eiwitten (nieuwe eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van cellen mogelijk maken) te vormen, dan zullen je levercellen niet in staat zijn om peptidasen te transporteren richting het extracellulaire milieu en de lysosomen (de membraan omhulde afbraak en afvalblaasjes) van je levercellen, zullen je levercellen niet in staat zijn om de eiwitten die aanwezig zijn in het extracellulaire milieu en de lysosomen (membraan omhulde afbraak en afval blaasjes) van je levercellen te verteren (enzymatisch te splitsen) tot opgeloste aminozuren, zullen je levercellen niet in staat zijn om nieuwe eiwitten zoals plasma eiwitten en plasma globulines te vormen uit opgeloste aminozuren, zullen plasma eiwitten en plasma globulines die het vochtgehalte en het gehalte aan opgeloste stoffen in de grote bloedsomloop op een constant en ideaal peil helpen houden ontbreken in de grote bloedsomloop, kan het vocht gehalte en het gehalte aan opgeloste stoffen in de grote bloedsomloop niet goed op een constant en ideaal peil gehouden worden, kunnen het vocht en de opgeloste stoffen die in de grote bloedsomloop aanwezig zijn niet gelijkmatig over al je weefsels en cellen verdeeld worden en zijn je lichaamscellen niet in staat om over opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) te beschikken namelijk.

Je levercellen zijn enkel in staat zijn om nieuwe peptidasen (nieuwe eiwitten die de vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en nieuwe transport eiwitten (nieuwe eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van cellen mogelijk maken) te vormen, wanneer je levercellen kunnen beschikken over voldoende opgeloste aminozuren (de verteringsproducten van eiwitten) die cellen nodig hebben om nieuwe eiwitten te kunnen vormen.

Over voldoende opgeloste aminozuren (de verteringsproducten van eiwitten) die cellen nodig hebben om nieuwe eiwitten te kunnen vormen kunnen je levercellen echter niet beschikken, wanneer je (calorie en koolhydraat beperkte) voeding onvoldoende bronnen van eiwitten met essentiƫle aminozuren (aminozuren die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) daarin aanwezig levert en/of wanneer de eiwitten in je (calorie en koolhydraat beperkte) voeding niet goed verteerd kunnen worden tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal.


Dit betekent dat wanneer je (calorie en koolhydraat beperkte) voeding onvoldoende bronnen van eiwitten met essentiƫle aminozuren (aminozuren die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) daarin aanwezig levert en/of wanneer de eiwitten in je (calorie en koolhydraat beperkte) voeding niet verteerd kunnen worden tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal, je levercellen niet goed in staat zullen zijn om nieuwe peptidasen (nieuwe eiwitten die de vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en nieuwe transport eiwitten (nieuwe eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van cellen mogelijk maken) te vormen, je levercellen niet in staat zullen zijn om de eiwitten die aanwezig zijn in het extracellulaire milieu en de lysosomen (membraan omhulde afbraak en afval blaasjes) van je levercellen te verteren (enzymatisch te splitsen) tot opgeloste aminozuren, je levercellen niet in staat zullen zijn om nieuwe eiwitten zoals plasma eiwitten en plasma globulines te vormen uit opgeloste aminozuren, plasma eiwitten en plasma globulines die het vochtgehalte en het gehalte aan opgeloste stoffen in de grote bloedsomloop op een constant en ideaal peil helpen houden zullen ontbreken in de grote bloedsomloop, het vocht gehalte en het gehalte aan opgeloste stoffen in de grote bloedsomloop niet goed op een constant en ideaal peil gehouden kunnen worden, het vocht en de opgeloste stoffen die in de grote bloedsomloop aanwezig zijn niet gelijkmatig over al je weefsels en cellen verdeeld zullen worden, je lichaamscellen niet in staat zullen zijn om over opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) te beschikken, je lichaamscellen niet in staat zullen zijn om opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) te verbranden in hun mitochondriƫn en je geen lichaamsvetmassa zult verliezen.

Essentiƫle aminozuren

EssentiĆ«le aminozuren betreffen de volgende negen aminozuren: 

  • Histidine
  • Lysine
  • Tryptofaan
  • Fenylalanine
  • Leucine
  • Isoleucine
  • Methionine
  • Valine
  • Threonine 

Dit betekent dat wanneer je (calorie en koolhydraat beperkte) voeding onvoldoende bronnen van eiwitten levert die gezamenlijk al deze aminozuren bezitten en/of wanneer de vertering van de eiwitten in je (calorie en koolhydraat beperkte voeding) tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal niet goed verloopt, je levercellen niet goed in staat zullen zijn om nieuwe peptidasen (nieuwe eiwitten die de vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en nieuwe transport eiwitten (nieuwe eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van cellen mogelijk maken) te vormen, je levercellen niet in staat zullen zijn om de eiwitten die aanwezig zijn in het extracellulaire milieu en de lysosomen (membraan omhulde afbraak en afval blaasjes) van je levercellen te verteren (enzymatisch te splitsen) tot opgeloste aminozuren, je levercellen niet in staat zullen zijn om nieuwe eiwitten zoals plasma eiwitten en plasma globulines te vormen uit opgeloste aminozuren, plasma eiwitten en plasma globulines die het vochtgehalte en het gehalte aan opgeloste stoffen in de grote bloedsomloop op een constant en ideaal peil helpen houden zullen ontbreken in de grote bloedsomloop, het vocht gehalte en het gehalte aan opgeloste stoffen in de grote bloedsomloop niet goed op een constant en ideaal peil gehouden kunnen worden, het vocht en de opgeloste stoffen die in de grote bloedsomloop aanwezig zijn niet gelijkmatig over al je weefsels en cellen verdeeld zullen worden, je lichaamscellen niet in staat zullen zijn om over opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) te beschikken, je lichaamscellen niet in staat zullen zijn om opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) te verbranden in hun mitochondriƫn en je geen lichaamsvetmassa zult verliezen.

De vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal

De vertering (de enzymatische splitsing) van eiwitten tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal zal niet goed verlopen, wanneer je (calorie en koolhydraat beperkte) voeding onvoldoende voorziet in vocht en onvoldoende voorziet in essentiƫle voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding), maar zal ook niet goed verlopen wanneer je (calorie en koolhydraat beperkte) voeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiƫle stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam).
Ā 
Wanneer je (calorie en koolhydraat beperkte) voeding onvoldoende voorziet in vocht en onvoldoende voorziet in essentiƫle voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) en/of wanneer je (calorie en koolhydraat beperkte) voeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiƫle stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam), dan zullen de kliercellen in je lijf (de kliercellen in de wand van je spijsverteringskanaal en de kliercellen in je alvleesklier) die peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) moeten vormen niet in staat zijn om deze te vormen, zullen deze kliercellen niet in staat zijn om peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) af te geven richting je spijsverteringskanaal en zal ook de optimale zuurtegraad die peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) nodig hebben om goed te kunnen werken ontbreken in je spijsverteringskanaal namelijk.
Ā 
Dit betekent dat wanneer je (calorie en koolhydraat beperkte) voeding onvoldoende voorziet in essentiƫle voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) maar ook wanneer je (calorie en koolhydraat beperkte) voeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiƫle stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam), je levercellen niet goed in staat zullen zijn om nieuwe peptidasen (nieuwe eiwitten die de vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en nieuwe transport eiwitten (nieuwe eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van cellen mogelijk maken) te vormen, je levercellen niet in staat zullen zijn om de eiwitten die aanwezig zijn in het extracellulaire milieu en de lysosomen (membraan omhulde afbraak en afval blaasjes) van je levercellen te verteren (enzymatisch te splitsen) tot opgeloste aminozuren, je levercellen niet in staat zullen zijn om nieuwe eiwitten zoals plasma eiwitten en plasma globulines te vormen uit opgeloste aminozuren, plasma eiwitten en plasma globulines die het vochtgehalte en het gehalte aan opgeloste stoffen in de grote bloedsomloop op een constant en ideaal peil helpen houden zullen ontbreken in de grote bloedsomloop, het vocht gehalte en het gehalte aan opgeloste stoffen in de grote bloedsomloop niet goed op een constant en ideaal peil gehouden kunnen worden, het vocht en de opgeloste stoffen die in de grote bloedsomloop aanwezig zijn niet gelijkmatig over al je weefsels en cellen verdeeld zullen worden, je lichaamscellen niet in staat zullen zijn om over opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) te beschikken, je lichaamscellen niet in staat zullen zijn om opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) te verbranden in hun mitochondriƫn en je geen lichaamsvetmassa zult verliezen.

Essentiƫle voedingsstoffen

EssentiĆ«le voedingsstoffen betreffen de volgende voedingsstoffen: 

  • Alle vitamines (zowel water oplosbare als vet oplosbare varianten).
  • Zes specifieke mineralen (calcium, magnesium, fosfor, kalium, natrium en chloride).
  • Negen specifieke spoorelementen (ijzer, jodium, koper, kobalt, zink, selenium, mangaan, molybdeen en chroom).
  • Negen specifieke aminozuren (histidine, lysine, tryptofaan, fenylalanine, leucine, isoleucine, methionine, valine en threonine).
  • Twee specifieke vetzuren (linolzuur en alfalinoleenzuur). 

Voedingsmiddelen die bovengenoemde voedingsstoffen volop bezitten en ook vocht bezitten betreffen:

  • Verse groenten.
  • Vers fruit.
  • Ei, mager vlees, magere vis en magere, naturel (aangezuurde) dierlijke zuivel of soja producten (in zo min mogelijk bewerkte en niet te sterk verhitte/ongebrande vorm).
  • Noten, zaden, pitten, algen, wieren en vette vis (in zo min mogelijk bewerkte en rauwe/onverhitte vorm). 

Niet-essentiĆ«le stoffen betreffen de volgende voedingsstoffen: 

  • Enkelvoudige suikers (zoals glucose, fructose en galactose).
  • Alle overige aminozuren (die hierboven niet genoemd worden).
  • Alle overige vetzuren (die hierboven niet genoemd worden).
  • Cholesterol.
  • Alle overige mineralen en spoorelementen (die hierboven niet genoemd worden).
  • Voedingsstoffen die aanwezig zijn in voedingsmiddelen die een sterk bewerkingsproces of sterk verbrandingsproces hebben ondergaan (en daardoor al allerhande biochemische reacties hebben ondergaan, waardoor ze hun oorspronkelijke structuur en functie hebben verloren en belastend of toxisch zijn geworden). 

Dit betekent dat wanneer je (calorie en koolhydraat beperkte) voeding onvoldoende voorziet in bovengenoemde voedingsmiddelen, maar ook wanneer je (calorie en koolhydraat beperkte) voeding teveel (naar verhouding) voorziet in andere voedingsmiddelen of voedingsmiddelen die een sterk bewerkingsproces of verbrandingsproces hebben doorgemaakt (en daardoor vele stoffen bezit die niet in je lijf mogen belanden), je levercellen niet goed in staat zullen zijn om nieuwe peptidasen (nieuwe eiwitten die de vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en nieuwe transport eiwitten (nieuwe eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van cellen mogelijk maken) te vormen, je levercellen niet in staat zullen zijn om de eiwitten die aanwezig zijn in het extracellulaire milieu en de lysosomen (membraan omhulde afbraak en afval blaasjes) van je levercellen te verteren (enzymatisch te splitsen) tot opgeloste aminozuren, je levercellen niet in staat zullen zijn om nieuwe eiwitten zoals plasma eiwitten en plasma globulines te vormen uit opgeloste aminozuren, plasma eiwitten en plasma globulines die het vochtgehalte en het gehalte aan opgeloste stoffen in de grote bloedsomloop op een constant en ideaal peil helpen houden zullen ontbreken in de grote bloedsomloop, het vocht gehalte en het gehalte aan opgeloste stoffen in de grote bloedsomloop niet goed op een constant en ideaal peil gehouden kunnen worden, het vocht en de opgeloste stoffen die in de grote bloedsomloop aanwezig zijn niet gelijkmatig over al je weefsels en cellen verdeeld zullen worden, je lichaamscellen niet in staat zullen zijn om over opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) te beschikken, je lichaamscellen niet in staat zullen zijn om opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) te verbranden in hun mitochondriƫn en je geen lichaamsvetmassa zult verliezen.

(Bel/video)consult

Verlies je ondanks calorie en koolhydraat beperkt eten geen lichaamsvetmassa en wil je leren hoe je m.b.v. je calorie en koolhydraat beperkte voeding ervoor kan zorgen dat plasma eiwitten en plasma globulines die het vochtgehalte en het gehalte aan opgeloste stoffen in de grote bloedsomloop op een constant en ideaal peil helpen houden aanwezig zullen zijn in de grote bloedsomloop, het vocht gehalte en het gehalte aan opgeloste stoffen in de grote bloedsomloop beter t.o.v. eerder op een constant en ideaal peil gehouden zal kunnen worden, het vocht en de opgeloste stoffen die in de grote bloedsomloop aanwezig zijn beter t.o.v. eerder over al je weefsels en cellen verdeeld zullen worden, je lichaamscellen beter t.o.v. eerder in staat zullen zijn om over opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) te beschikken, je lichaamscellen beter t.o.v. eerder in staat zullen zijn om opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten) te verbranden in hun mitochondriƫn en je lichaamsvetmassa zult verliezen?
 
Vraag je dan een (bel/video) consult aan, want ik help daar graag bij!
 
www.personalweightloss.nl/gratis-en-vrijblijvend-advies/

Josien Schuttevaar

View all posts

Add comment

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Aangenaam!

Mijn naam is Josien Schuttevaar. Ik ben diƫtiste/voedingsdeskundige. In 2013 ben ik mijn eigen praktijk begonnen genaamd Personal Weightloss. Op mijn website kun je alles lezen over voeding, wat ik voor je kan doen en een beetje over mij.

Josien Schuttevaar

Gratis en vrijblijvend advies

Wil je weten hoe ik jou kan helpen om je doelen (m.b.t. het optimaliseren van je gezondheid en het controleren van je gewicht) te bereiken? Vul dit formulier dan in en ik geef je gratis en vrijblijvend advies. Het bereiken van je doelen is ook voor jou weggelegd!