Vandaag een antwoord op de vraag van Debbie:
- Ik heb al vele malen een calorie beperkt dieet (een dieet met een laag gehalte aan energie leverende voedingsstoffen) gevolgd, maar verlies geen gewicht, hoe kan dat?
Gewichtsverlies
Gewichtsverlies zal je enkel bereiken, wanneer je calorie inname (je inname van energie leverende voedingsstoffen) lager is dan het energieverbruik (het verbruik van energie leverende voedingsstoffen) in je lijf.
Het energieverbruik (het verbruik van energie leverende voedingsstoffen) in je lijf zal echter erg laag zijn, wanneer de koolhydraten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je glycogeen reserves en de vetten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je vet reserves niet verteerd (enzymatisch gesplitst) kunnen worden tot kleinere delen (tot opgeloste glucose moleculen en opgeloste vrije vetzuren).
Wanneer de koolhydraten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je glycogeen reserves en de vetten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je vet reserves niet verteerd (enzymatisch gesplitst) kunnen worden tot kleinere delen (tot opgeloste glucose moleculen en opgeloste vrije vetzuren), dan kunnen opgeloste glucose moleculen (de verteringsproducten van koolhydraten) en opgeloste vrije vetzuren (de verteringsproducten van vetten), niet verbruikt worden in de organellen (membraan omhulde cel compartimenten) van cellen namelijk.
Dit betekent dat wanneer je je calorie inname (je inname van energie leverende voedingsstoffen) beperkt, maar geen gewicht verliest, de vertering (de enzymatische splitsing) van de koolhydraten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je glycogeen reserves en de vertering (de enzymatische splitsing) van de vetten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je vet reserves tot nu toe niet goed verloopt en de energie leverende voedingsstoffen die in deze reserves opgeslagen liggen (glucose moleculen en vrije vetzuren) tot nu toe niet verbruikt zijn in de organellen (membraan omhulde cel compartimenten) van cellen.
De vertering (de enzymatische splitsing) van glycogeen en vet
Levercellen, spiercellen en vetcellen (cellen die in het bezit zijn van glycogeen en vet reserves) zijn enkel in staat om de koolhydraten (het glycogeen) dat (in membraan omhulde cel compartimenten) ligt opgeslagen in glycogeen reserves en de vetten die (in membraan omhulde cel compartimenten) liggen opgeslagen in vet reserves te verteren (enzymatisch te splitsen) tot opgeloste glucose moleculen en opgeloste vrije vetzuren, wanneer deze cellen in staat zijn om glycosidasen (eiwitten die de vertering van glycosiden zoals glycogeen tot opgeloste glucose moleculen mogelijk maken) en lipasen (eiwitten die de vertering van vetten tot opgeloste vrije vetzuren mogelijk maken) te vormen en wanneer deze cellen in staat zijn om transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van glycosidasen en lipasen door biologische lipidenmembranen mogelijk maken) te vormen.
Dit is enkel het geval wanneer levercellen, spiercellen en vetcellen (cellen die in het bezit zijn van glycogeen en vet reserves) kunnen beschikken over voldoende opgeloste aminozuren (de verteringsproducten van eiwitten) die cellen nodig hebben om nieuwe eiwitten te kunnen vormen.
Over voldoende opgeloste aminozuren (de verteringsproducten van eiwitten) die cellen nodig hebben om nieuwe eiwitten te kunnen vormen kunnen levercellen, spiercellen en vetcellen (cellen die in het bezit zijn van glycogeen en vet reserves) echter niet beschikken, wanneer je (calorie beperkte) voeding onvoldoende bronnen van eiwitten met essentiële aminozuren (aminozuren die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) daarin aanwezig levert en/of wanneer de eiwitten in je (calorie beperkte) voeding niet goed verteerd (enzymatisch gesplitst) kunnen worden tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal.
Dit betekent dat wanneer je (calorie beperkte) voeding onvoldoende bronnen van eiwitten met essentiële aminozuren (aminozuren die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) daarin aanwezig levert en/of wanneer de eiwitten in je (calorie beperkte) voeding niet goed verteerd (enzymatisch gesplitst) kunnen worden tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal, je levercellen, spiercellen en vetcellen (cellen die in het bezit zijn van glycogeen en vet reserves) niet in staat zullen zijn om glycosidasen (eiwitten die de vertering van glycosiden zoals glycogeen tot opgeloste glucose moleculen mogelijk maken), lipasen (eiwitten die de vertering van vetten tot opgeloste vrije vetzuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van glycosidasen en lipasen door biologische lipidenmembranen mogelijk maken) te vormen, de vertering (de enzymatische splitsing) van de koolhydraten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je glycogeen reserves en de vertering (de enzymatische splitsing) van de vetten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je vet reserves niet plaats zal vinden, de energie leverende voedingsstoffen die in deze reserves opgeslagen liggen (glucose moleculen en vrije vetzuren) niet verbruikt zullen worden in de organellen (membraan omhulde cel compartimenten) van cellen, het energieverbruik (het verbruik van energie leverende voedingsstoffen) in je lijf erg laag zal zijn en je (ondanks calorie beperkte voeding) geen gewicht zult verliezen.
Essentiële aminozuren
Essentiële aminozuren betreffen de volgende negen aminozuren:
- Histidine
- Lysine
- Tryptofaan
- Fenylalanine
- Leucine
- Isoleucine
- Methionine
- Valine
- Threonine
Dit betekent dat wanneer je (calorie beperkte) voeding onvoldoende eiwitbronnen levert die gezamenlijk al deze aminozuren bezitten of wanneer de vertering van de eiwitten in je (calorie beperkte) voeding tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal niet goed verloopt, je levercellen, spiercellen en vetcellen (cellen die in het bezit zijn van glycogeen en vet reserves) niet in staat zullen zijn om glycosidasen (eiwitten die de vertering van glycosiden zoals glycogeen tot opgeloste glucose moleculen mogelijk maken), lipasen (eiwitten die de vertering van vetten tot opgeloste vrije vetzuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van glycosidasen en lipasen door biologische lipidenmembranen mogelijk maken) te vormen, de vertering (de enzymatische splitsing) van de koolhydraten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je glycogeen reserves en de vertering (de enzymatische splitsing) van de vetten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je vet reserves niet plaats zal vinden, de energie leverende voedingsstoffen die in deze reserves opgeslagen liggen (glucose moleculen en vrije vetzuren) niet verbruikt zullen worden in de organellen (membraan omhulde cel compartimenten) van cellen, het energieverbruik (het verbruik van energie leverende voedingsstoffen) in je lijf erg laag zal zijn en je (ondanks calorie beperkte voeding) geen gewicht zult verliezen.
De vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal
De vertering (de enzymatische splitsing) van eiwitten tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal zal niet goed verlopen, wanneer je (calorie beperkte) voeding onvoldoende voorziet in vocht en onvoldoende voorziet in essentiële voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding), maar zal ook niet goed verlopen wanneer je (calorie beperkte) voeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiële stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam).
Wanneer je (calorie beperkte) voeding onvoldoende voorziet in vocht en onvoldoende voorziet in essentiële voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) en/of wanneer je (calorie beperkte) voeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiële stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam), dan zullen de kliercellen in je lijf (de kliercellen in de wand van je spijsverteringskanaal en de kliercellen in je alvleesklier) die peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) moeten vormen niet in staat zijn om deze te vormen, zullen deze kliercellen niet in staat zijn om peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) af te geven richting je spijsverteringskanaal en zal ook de optimale zuurtegraad die peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) nodig hebben om goed te kunnen werken ontbreken in je spijsverteringskanaal namelijk.
Dit betekent dat wanneer je (calorie beperkte) voeding onvoldoende voorziet in essentiële voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) maar ook wanneer je (calorie beperkte) voeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiële stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam), je levercellen, spiercellen en vetcellen (cellen die in het bezit zijn van glycogeen en vet reserves) niet in staat zullen zijn om glycosidasen (eiwitten die de vertering van glycosiden zoals glycogeen tot opgeloste glucose moleculen mogelijk maken), lipasen (eiwitten die de vertering van vetten tot opgeloste vrije vetzuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van glycosidasen en lipasen door biologische lipidenmembranen mogelijk maken) te vormen, de vertering (de enzymatische splitsing) van de koolhydraten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je glycogeen reserves en de vertering (de enzymatische splitsing) van de vetten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je vet reserves niet plaats zal vinden, de energie leverende voedingsstoffen die in deze reserves opgeslagen liggen (glucose moleculen en vrije vetzuren) niet verbruikt zullen worden in de organellen (membraan omhulde cel compartimenten) van cellen, het energieverbruik (het verbruik van energie leverende voedingsstoffen) in je lijf erg laag zal zijn en je (ondanks calorie beperkte voeding) geen gewicht zult verliezen.
Essentiële voedingsstoffen
Essentiële voedingsstoffen betreffen de volgende voedingsstoffen:
- Alle vitamines (zowel water oplosbare als vet oplosbare varianten).
- Zes specifieke mineralen (calcium, magnesium, fosfor, kalium, natrium en chloride).
- Negen specifieke spoorelementen (ijzer, jodium, koper, kobalt, zink, selenium, mangaan, molybdeen en chroom).
- Negen specifieke aminozuren (histidine, lysine, tryptofaan, fenylalanine, leucine, isoleucine, methionine, valine en threonine).
- Twee specifieke vetzuren (linolzuur en alfalinoleenzuur).
Voedingsmiddelen die bovengenoemde voedingsstoffen volop bezitten en ook vocht bezitten betreffen:
- Verse groenten.
- Vers fruit.
- Ei, mager vlees, magere vis en magere, naturel (aangezuurde) dierlijke zuivel of soja producten (in zo min mogelijk bewerkte en niet te sterk verhitte/ongebrande vorm).
- Noten, zaden, pitten, algen, wieren en vette vis (in zo min mogelijk bewerkte en rauwe/onverhitte vorm).
Niet-essentiële stoffen betreffen de volgende voedingsstoffen:
- Enkelvoudige suikers (zoals glucose, fructose en galactose).
- Alle overige aminozuren (die hierboven niet genoemd worden).
- Alle overige vetzuren (die hierboven niet genoemd worden).
- Cholesterol.
- Alle overige mineralen en spoorelementen (die hierboven niet genoemd worden).
- Voedingsstoffen die aanwezig zijn in voedingsmiddelen die een sterk bewerkingsproces of sterk verbrandingsproces hebben ondergaan (en daardoor al allerhande biochemische reacties hebben ondergaan, waardoor ze hun oorspronkelijke structuur en functie hebben verloren en belastend of toxisch zijn geworden).
Dit betekent dat wanneer je calorie beperkte) voeding onvoldoende voorziet in bovengenoemde voedingsmiddelen, maar ook wanneer je (calorie beperkte) voeding teveel (naar verhouding) voorziet in andere voedingsmiddelen of voedingsmiddelen die een sterk bewerkingsproces of verbrandingsproces hebben doorgemaakt (en daardoor vele stoffen bezit die niet in je lijf mogen belanden), je levercellen, spiercellen en vetcellen (cellen die in het bezit zijn van glycogeen en vet reserves) niet in staat zullen zijn om glycosidasen (eiwitten die de vertering van glycosiden zoals glycogeen tot opgeloste glucose moleculen mogelijk maken), lipasen (eiwitten die de vertering van vetten tot opgeloste vrije vetzuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van glycosidasen en lipasen door biologische lipidenmembranen mogelijk maken) te vormen, de vertering (de enzymatische splitsing) van de koolhydraten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je glycogeen reserves en de vertering (de enzymatische splitsing) van de vetten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je vet reserves niet plaats zal vinden, de energie leverende voedingsstoffen die in deze reserves opgeslagen liggen (glucose moleculen en vrije vetzuren) niet verbruikt zullen worden in de organellen (membraan omhulde cel compartimenten) van cellen, het energieverbruik (het verbruik van energie leverende voedingsstoffen) in je lijf erg laag zal zijn en je (ondanks calorie beperkte voeding) geen gewicht zult verliezen.
(Bel/video)consult
Val je ondanks een beperkte calorie inname (een beperkte inname van energie leverende voedingsstoffen) niet af en wil je leren hoe je m.b.v. je voeding ervoor kan zorgen dat de vertering (de enzymatische splitsing) van de koolhydraten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je glycogeen reserves en de vertering (de enzymatische splitsing) van de vetten (energie leverende voedingsstoffen) die liggen opgeslagen in je vet reserves beter t..o.v. eerder gaat verlopen en het verbruik van opgeloste glucose moleculen en opgeloste vrije vetzuren in de organellen (membraan omhulde cel compartimenten) van je cellen beter t.o.v. eerder gaat verlopen?
Â
Vraag je dan een (bel/video) consult aan, want ik help daar graag bij!
Â
www.personalweightloss.nl/gratis-en-vrijblijvend-advies/





Add comment