Vandaag een antwoord op de vraag van Margriet:
- Ik volg nu al een tijdje een koolhydraatarm (een suikerarm) dieet, maar mijn bloedsuikerspiegel die aan de hoge kant is, die daalt niet. Hoe kan dat?
Het dalen van je bloedsuikerspiegel
Je bloedsuikerspiegel (het glucose gehalte in de bloedsomloop) zal niet dalen, wanneer je lichaam niet goed in staat is om je bloedsuikerspiegel (het glucose gehalte in de bloedsomloop) te reguleren (wanneer je lichaam niet goed in staat is om je bloedsuikerspiegel onder een aanvaardbare bovengrens te houden en boven een aanvaardbare ondergrens te houden).
Dit is onder andere aan de orde, wanneer de kliercellen in je alvleesklier niet goed in staat zijn om de alvleesklier hormonen insuline en glucagon te produceren en/of niet goed in staat zijn om deze hormonen af te geven het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop).
Wanneer de kliercellen in je alvleesklier niet goed in staat zijn om de alvleesklier hormonen insuline en glucagon te produceren en/of niet goed in staat zijn om deze hormonen af te geven in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop), dan zullen de hormonen insuline en glucagon in de bloedsomloop ontbreken, zullen cellen elders in je lijf geen informatie afkomstig van de alvleesklier hormonen insuline en glucagon ontvangen, zullen cellen elders in je lijf niet door de alvleesklier hormonen insuline en glucagon gestimuleerd worden om ofwel glucose vanuit het extracellulaire milieu (vanuit de bloedsomloop) op te nemen zodra het glucose gehalte in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) stijgt ofwel glucose in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) af te geven zodra het glucose gehalte in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) daalt en zal je lichaam niet goed in staat zijn om je bloedsuikerspiegel (het glucose gehalte in de bloedsomloop) te reguleren (zal je lichaam niet goed in staat zijn om je bloedsuikerspiegel onder een aanvaardbare bovengrens te houden en boven een aanvaardbare ondergrens te houden) onder invloed van de alvleesklier hormonen insuline en glucagon namelijk.
Dit betekent dat wanneer je bloedsuikerspiegel niet daalt, ondanks het volgen van een koolhydraatarm (een suikerarm) dieet, de kliercellen in je alvleesklier tot nu toe niet goed in staat zijn geweest om de alvleesklier hormonen insuline en glucagon te produceren en/of tot nu toe niet goed in staat zijn geweest om deze hormonen af te geven het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) en je bloedsuikerspiegel (het glucose gehalte in je bloedbaan) tot nu toe niet goed gereguleerd (niet goed onder een aanvaardbare bovengrens en boven een aanvaardbare ondergrens) gehouden kon worden onder invloed van de alvleesklier hormonen insuline en glucagon.
De vorming van peptidasen en transport eiwitten in en door de kliercellen in je alvleesklier
De kliercellen in je alvleesklier zullen enkel goed in staat zijn om de alvleesklier hormonen insuline en glucagon (dit zijn peptidehormonen) te produceren en zullen ook enkel goed in staat zijn om deze hormonen af te geven in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop), wanneer de kliercellen in je alvleesklier in staat zijn om peptidasen (eiwitten die het verteren van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van de kliercellen in je alvleesklier richting het extracellulaire milieu en richting de lysosomen van deze cellen mogelijk maken) te vormen.
Enkel wanneer de kliercellen in je alvleesklier in staat zijn om peptidasen (eiwitten die het verteren van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van de kliercellen in je alvleesklier richting het extracellulaire milieu en richting de lysosomen van deze cellen mogelijk maken) te vormen, dan zullen de eiwitten die in het extracellulaire milieu (in de buitenwereld) en in de lysosomen (in de membraan omhulde afbraak en afbraak blaasjes) van de kliercellen in je alvleesklier aanwezig zijn verteerd kunnen worden tot opgeloste aminozuren, kunnen de kliercellen in je alvleesklier beschikken over opgeloste aminozuren en zijn de kliercellen in je alvleesklier in staat om peptidehormonen (hormonen die zijn opgebouwd uit vele aan elkaar verbonden aminozuren) zoals insuline en glucagon te produceren uit opgeloste aminozuren namelijk.
De kliercellen in je alvleesklier zullen enkel in staat zijn om peptidasen (eiwitten die het verteren van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van de kliercellen in je alvleesklier richting het extracellulaire milieu en richting de lysosomen van deze cellen mogelijk maken) te vormen, wanneer de kliercellen in je alvleesklier kunnen beschikken over voldoende opgeloste aminozuren (de verteringsproducten van eiwitten) die cellen nodig hebben om nieuwe eiwitten zoals peptidasen en transport eiwitten te kunnen vormen.
Over voldoende opgeloste aminozuren (de verteringsproducten van eiwitten) die de kliercellen in je alvleesklier nodig hebben om nieuwe eiwitten zoals peptidasen en transport eiwitten te kunnen vormen kunnen de kliercellen in je alvleesklier echter niet beschikken, wanneer je koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding onvoldoende bronnen van eiwitten met essentiële aminozuren (aminozuren die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) daarin aanwezig levert en/of wanneer de eiwitten in je koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding niet goed verteerd kunnen worden tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal.
Dit betekent dat wanneer je koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding onvoldoende bronnen van eiwitten met essentiële aminozuren (aminozuren die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) daarin aanwezig levert en/of wanneer de eiwitten in je koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding niet goed verteerd kunnen worden tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal, de kliercellen in je alvleesklier niet in staat zullen zijn om peptidasen (eiwitten die het verteren van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van de kliercellen in je alvleesklier richting het extracellulaire milieu en richting de lysosomen van deze cellen mogelijk maken) te vormen, de eiwitten die in het extracellulaire milieu (in de buitenwereld) en in de lysosomen (in de membraan omhulde afbraak en afbraak blaasjes) van de kliercellen in je alvleesklier aanwezig zijn niet goed verteerd kunnen worden tot opgeloste aminozuren, de kliercellen in je alvleesklier niet kunnen beschikken over opgeloste aminozuren, de kliercellen in je alvleesklier niet in staat zulen zijn om peptidehormonen (hormonen die zijn opgebouwd uit vele aan elkaar verbonden aminozuren) zoals de alvleesklier hormonen insuline en glucagon te produceren uit opgeloste aminozuren, de alvleesklier hormonen insuline en glucagon in de bloedsomloop zullen ontbreken, cellen elders in je lijf geen informatie afkomstig van de alvleesklier hormonen insuline en glucagon zullen ontvangen, cellen elders in je lijf niet door de alvleesklier hormonen insuline en glucagon gestimuleerd zullen worden om ofwel glucose vanuit het extracellulaire milieu (vanuit de bloedsomloop) op te nemen zodra het glucose gehalte in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) stijgt ofwel glucose in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) af te geven zodra het glucose gehalte in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) daalt en je lichaam niet in staat zal zijn om je bloedsuikerspiegel (het glucose gehalte in de bloedsomloop) te reguleren (je lichaam niet in staat zal zijn om je bloedsuikerspiegel onder een aanvaardbare bovengrens te houden en boven een aanvaardbare ondergrens te houden) onder invloed van de alvleesklier hormonen insuline en glucagon, ondanks het volgen van een koolhydraatarm (een suikerarm) dieet.
Essentiële aminozuren
Essentiële aminozuren betreffen de volgende negen aminozuren:
- Histidine
- Lysine
- Tryptofaan
- Fenylalanine
- Leucine
- Isoleucine
- Methionine
- Valine
- Threonine
Dit betekent dat wanneer je koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding onvoldoende bronnen van eiwitten levert die gezamenlijk al deze aminozuren bezitten of wanneer de vertering van de eiwitten in je koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal niet goed verloopt, de kliercellen in je alvleesklier niet in staat zullen zijn om peptidasen (eiwitten die het verteren van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van de kliercellen in je alvleesklier richting het extracellulaire milieu en richting de lysosomen van deze cellen mogelijk maken) te vormen, de eiwitten die in het extracellulaire milieu (in de buitenwereld) en in de lysosomen (in de membraan omhulde afbraak en afbraak blaasjes) van de kliercellen in je alvleesklier aanwezig zijn niet goed verteerd kunnen worden tot opgeloste aminozuren, de kliercellen in je alvleesklier niet kunnen beschikken over opgeloste aminozuren, de kliercellen in je alvleesklier niet in staat zulen zijn om peptidehormonen (hormonen die zijn opgebouwd uit vele aan elkaar verbonden aminozuren) zoals de alvleesklier hormonen insuline en glucagon te produceren uit opgeloste aminozuren, de alvleesklier hormonen insuline en glucagon in de bloedsomloop zullen ontbreken, cellen elders in je lijf geen informatie afkomstig van de alvleesklier hormonen insuline en glucagon zullen ontvangen, cellen elders in je lijf niet door de alvleesklier hormonen insuline en glucagon gestimuleerd zullen worden om ofwel glucose vanuit het extracellulaire milieu (vanuit de bloedsomloop) op te nemen zodra het glucose gehalte in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) stijgt ofwel glucose in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) af te geven zodra het glucose gehalte in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) daalt en je lichaam niet in staat zal zijn om je bloedsuikerspiegel (het glucose gehalte in de bloedsomloop) te reguleren (je lichaam niet in staat zal zijn om je bloedsuikerspiegel onder een aanvaardbare bovengrens te houden en boven een aanvaardbare ondergrens te houden) onder invloed van de alvleesklier hormonen insuline en glucagon, ondanks het volgen van een koolhydraatarm (een suikerarm) dieet.
De vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal
De vertering (de enzymatische splitsing) van eiwitten tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal zal niet goed verlopen, wanneer je koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding onvoldoende voorziet in vocht en onvoldoende voorziet in essentiële voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding), maar zal ook niet goed verlopen wanneer je koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiële stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam).
Wanneer koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding onvoldoende voorziet in vocht en onvoldoende voorziet in essentiële voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) en/of wanneer je koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiële stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam), dan zullen de kliercellen in je lijf (de kliercellen in de wand van je spijsverteringskanaal en de kliercellen in je alvleesklier) die peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) moeten vormen niet in staat zijn om deze te vormen, zullen deze kliercellen niet in staat zijn om peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) af te geven richting je spijsverteringskanaal en zal ook de optimale zuurtegraad die peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) nodig hebben om goed te kunnen werken ontbreken in je spijsverteringskanaal namelijk.
Dit betekent dat wanneer je koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding onvoldoende voorziet in essentiële voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding), maar ook wanneer je koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiële stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam), de kliercellen in je alvleesklier niet in staat zullen zijn om peptidasen (eiwitten die het verteren van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van de kliercellen in je alvleesklier richting het extracellulaire milieu en richting de lysosomen van deze cellen mogelijk maken) te vormen, de eiwitten die in het extracellulaire milieu (in de buitenwereld) en in de lysosomen (in de membraan omhulde afbraak en afbraak blaasjes) van de kliercellen in je alvleesklier aanwezig zijn niet goed verteerd kunnen worden tot opgeloste aminozuren, de kliercellen in je alvleesklier niet kunnen beschikken over opgeloste aminozuren, de kliercellen in je alvleesklier niet in staat zulen zijn om peptidehormonen (hormonen die zijn opgebouwd uit vele aan elkaar verbonden aminozuren) zoals de alvleesklier hormonen insuline en glucagon te produceren uit opgeloste aminozuren, de alvleesklier hormonen insuline en glucagon in de bloedsomloop zullen ontbreken, cellen elders in je lijf geen informatie afkomstig van de alvleesklier hormonen insuline en glucagon zullen ontvangen, cellen elders in je lijf niet door de alvleesklier hormonen insuline en glucagon gestimuleerd zullen worden om ofwel glucose vanuit het extracellulaire milieu (vanuit de bloedsomloop) op te nemen zodra het glucose gehalte in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) stijgt ofwel glucose in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) af te geven zodra het glucose gehalte in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) daalt en je lichaam niet in staat zal zijn om je bloedsuikerspiegel (het glucose gehalte in de bloedsomloop) te reguleren (je lichaam niet in staat zal zijn om je bloedsuikerspiegel onder een aanvaardbare bovengrens te houden en boven een aanvaardbare ondergrens te houden) onder invloed van de alvleesklier hormonen insuline en glucagon, ondanks het volgen van een koolhydraatarm (een suikerarm) dieet.
Essentiële voedingsstoffen
Essentiële voedingsstoffen betreffen de volgende voedingsstoffen:
- Alle vitamines (zowel water oplosbare als vet oplosbare varianten).
- Zes specifieke mineralen (calcium, magnesium, fosfor, kalium, natrium en chloride).
- Negen specifieke spoorelementen (ijzer, jodium, koper, kobalt, zink, selenium, mangaan, molybdeen en chroom).
- Negen specifieke aminozuren (histidine, lysine, tryptofaan, fenylalanine, leucine, isoleucine, methionine, valine en threonine).
- Twee specifieke vetzuren (linolzuur en alfalinoleenzuur).
Voedingsmiddelen die bovengenoemde voedingsstoffen volop bezitten en ook vocht bezitten betreffen:
- Verse groenten.
- Vers fruit.
- Ei, mager vlees, magere vis en magere, naturel (aangezuurde) dierlijke zuivel of soja producten (in zo min mogelijk bewerkte en niet te sterk verhitte/ongebrande vorm).
- Noten, zaden, pitten, algen, wieren en vette vis (in zo min mogelijk bewerkte en rauwe/onverhitte vorm).
Niet-essentiële stoffen betreffen de volgende voedingsstoffen:
- Enkelvoudige suikers (zoals glucose, fructose en galactose).
- Alle overige aminozuren (die hierboven niet genoemd worden).
- Alle overige vetzuren (die hierboven niet genoemd worden).
- Cholesterol.
- Alle overige mineralen en spoorelementen (die hierboven niet genoemd worden).
- Voedingsstoffen die aanwezig zijn in voedingsmiddelen die een sterk bewerkingsproces of sterk verbrandingsproces hebben ondergaan (en daardoor al allerhande biochemische reacties hebben ondergaan, waardoor ze hun oorspronkelijke structuur en functie hebben verloren en belastend of toxisch zijn geworden).
Dit betekent dat wanneer je koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding onvoldoende voorziet in bovengenoemde voedingsmiddelen, maar ook wanneer je koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding teveel (naar verhouding) voorziet in andere voedingsmiddelen of voedingsmiddelen die een sterk bewerkingsproces of verbrandingsproces hebben doorgemaakt (en daardoor vele stoffen bezit die niet in je lijf mogen belanden), de kliercellen in je alvleesklier niet in staat zullen zijn om peptidasen (eiwitten die het verteren van eiwitten tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) en transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van peptidasen door de membranen van de kliercellen in je alvleesklier richting het extracellulaire milieu en richting de lysosomen van deze cellen mogelijk maken) te vormen, de eiwitten die in het extracellulaire milieu (in de buitenwereld) en in de lysosomen (in de membraan omhulde afbraak en afbraak blaasjes) van de kliercellen in je alvleesklier aanwezig zijn niet goed verteerd kunnen worden tot opgeloste aminozuren, de kliercellen in je alvleesklier niet kunnen beschikken over opgeloste aminozuren, de kliercellen in je alvleesklier niet in staat zulen zijn om peptidehormonen (hormonen die zijn opgebouwd uit vele aan elkaar verbonden aminozuren) zoals de alvleesklier hormonen insuline en glucagon te produceren uit opgeloste aminozuren, de alvleesklier hormonen insuline en glucagon in de bloedsomloop zullen ontbreken, cellen elders in je lijf geen informatie afkomstig van de alvleesklier hormonen insuline en glucagon zullen ontvangen, cellen elders in je lijf niet door de alvleesklier hormonen insuline en glucagon gestimuleerd zullen worden om ofwel glucose vanuit het extracellulaire milieu (vanuit de bloedsomloop) op te nemen zodra het glucose gehalte in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) stijgt ofwel glucose in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) af te geven zodra het glucose gehalte in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) daalt en je lichaam niet in staat zal zijn om je bloedsuikerspiegel (het glucose gehalte in de bloedsomloop) te reguleren (je lichaam niet in staat zal zijn om je bloedsuikerspiegel onder een aanvaardbare bovengrens te houden en boven een aanvaardbare ondergrens te houden) onder invloed van de alvleesklier hormonen insuline en glucagon, ondanks het volgen van een koolhydraatarm (een suikerarm) dieet.
(Bel/video)consult
Daalt je bloedsuikerspiegel niet, ondanks het volgen van een koolhydraatarm (een suikerarm) dieet en wil je leren hoe je m.b.v. je koolhydraatarme (suikerarme) dieetvoeding ervoor kan zorgen dat cellen in je lijf vaker t.o.v. eerder door de alvleesklier hormonen insuline en glucagon gestimuleerd zullen worden om ofwel glucose vanuit het extracellulaire milieu (vanuit de bloedsomloop) op te nemen zodra het glucose gehalte in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) stijgt ofwel glucose in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) af te geven zodra het glucose gehalte in het extracellulaire milieu (in de bloedsomloop) daalt, je lichaam beter t.o.v. eerder in staat zal zijn om je bloedsuikerspiegel (het glucose gehalte in de bloedsomloop) te reguleren (je lichaam beter t.o.v. eerder in staat zal zijn om je bloedsuikerspiegel onder een aanvaardbare bovengrens te houden en boven een aanvaardbare ondergrens te houden) onder invloed van de alvleesklier hormonen insuline en glucagon en je bloedsuikerspiegel zal gaan dalen?
Vraag je dan een (bel/video) consult aan, want ik help daar graag bij!
www.personalweightloss.nl/gratis-en-vrijblijvend-advies/





Add comment