Vandaag een antwoord op de vraag van Lot:

  • Mijn bloeddruk die te hoog is gebleken daalt niet, terwijl ik mijn zout inname (mijn inname van natrium houdend zout) beperk. Hoe kan dat?

Het dalen van je bloeddruk

Je bloeddruk zal niet dalen, wanneer het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop niet daalt.

Dit is onder andere aan de orde, wanneer de cellen in je weefsels geen reacties vertonen op wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de  bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels).

Wanneer de cellen in je weefsels geen reacties vertonen op wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de  bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels), dan zal het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop niet dalen, nadat dit is gestegen en zal ook je bloeddruk niet dalen, nadat dit is gestegen namelijk.

Dit betekent dat wanneer je bloeddruk die te hoog is gebleken niet daalt, terwijl je je zout inname (je inname van natrium houdend zout) beperkt, de cellen in je weefsels tot nu toe geen reacties hebben vertoond op wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de  bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels), het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop tot nu toe niet is gedaald, nadat dit is gestegen en ook je bloeddruk tot nu toe niet is gedaald, nadat dit is gestegen als gevolg daarvan.

Reacties van de cellen in je weefsels op wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop

De cellen in je weefsels zullen geen reacties vertonen op wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de  bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels), wanneer de cellen in je weefsels niet in staat zijn om fosfolipasen (eiwitten die de vertering van membraan vetten genaamd fosfolipiden tot intracellulaire overdrachtsstofjes mogelijk maken) en ook transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van fosfolipasen door de membranen van cellen richting de membraan vetten genaamd fosfolipiden in de membranen van cellen mogelijk maken) te vormen.

Enkel wanneer de cellen in je weefsels in staat zijn om fosfolipasen (eiwitten die de vertering van membraan vetten genaamd fosfolipiden tot intracellulaire overdrachtsstofjes mogelijk maken) en ook transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van fosfolipasen door de membranen van cellen richting de membraan vetten genaamd fosfolipiden in de membranen van cellen mogelijk maken) te vormen, dan zullen de cellen in je weefsels in staat zijn om de membraan vetten genaamd fosfolipiden in hun celmembranen te verteren tot intracellulaire overdrachtsstofjes, zullen de cellen in je weefsels in staat zijn om informatie over wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels) intracellulair over te dragen met behulp van intracellulaire overdrachtsstofjes en zullen de cellen in je weefsels reacties vertonen op wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels) namelijk.

De cellen in je weefsels zullen enkel in staat zijn om fosfolipasen (eiwitten die de vertering van membraan vetten genaamd fosfolipiden tot intracellulaire overdrachtsstofjes mogelijk maken) en ook transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van fosfolipasen door de membranen van cellen richting de membraan vetten genaamd fosfolipiden in de membranen van cellen mogelijk maken) te vormen, wanneer de cellen in je weefsels over voldoende opgeloste aminozuren (de verteringsproducten van eiwitten) kunnen beschikken die cellen nodig hebben om nieuwe eiwitten zoals fosfolipasen en transport eiwitten te kunnen vormen.

Over voldoende opgeloste aminozuren (de verteringsproducten van eiwitten) die de cellen in je weefsels nodig hebben om nieuwe eiwitten zoals fosfolipasen en transport eiwitten te kunnen vormen kunnen de cellen in je weefsels echter niet beschikken, wanneer je zout arme voeding onvoldoende bronnen van eiwitten met essentiële aminozuren (aminozuren die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) daarin aanwezig levert en/of wanneer de eiwitten in je zoutarme voeding niet goed verteerd kunnen worden tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal.

Dit betekent dat wanneer je zoutarme voeding onvoldoende bronnen van eiwitten met essentiële aminozuren (aminozuren die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) daarin aanwezig levert en/of wanneer de eiwitten in je zoutarme voeding niet goed verteerd kunnen worden tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal, de cellen in je weefsels niet in staat zullen zijn om fosfolipasen (eiwitten die de vertering van membraan vetten genaamd fosfolipiden tot intracellulaire overdrachtsstofjes mogelijk maken) en ook transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van fosfolipasen door de membranen van cellen richting de membraan vetten genaamd fosfolipiden in de membranen van cellen mogelijk maken) te vormen, de cellen in je weefsels niet in staat zullen zijn om de membraan vetten genaamd fosfolipiden in hun celmembranen te verteren tot intracellulaire overdrachtsstofjes, de cellen in je weefsels niet in staat zullen zijn om informatie over wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels) intracellulair over te dragen met behulp van intracellulaire overdrachtsstofjes, de cellen in je weefsels geen reacties zullen vertonen op wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels), het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop niet zal dalen, nadat dit is gestegen en ook je bloeddruk niet zal dalen, nadat dit is gestegen ook al beperk je je zout inname (je inname van natrium houdend zout).

Essentiële aminozuren

Essentiële aminozuren betreffen de volgende negen aminozuren:

  • Histidine
  • Lysine
  • Tryptofaan
  • Fenylalanine
  • Leucine
  • Isoleucine
  • Methionine
  • Valine
  • Threonine

Dit betekent dat wanneer je zoutarme voeding onvoldoende bronnen van eiwitten levert die gezamenlijk al deze aminozuren bezitten of wanneer de vertering van de eiwitten in je zoutarme voeding tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal niet goed verloopt, de cellen in je weefsels niet in staat zullen zijn om fosfolipasen (eiwitten die de vertering van membraan vetten genaamd fosfolipiden tot intracellulaire overdrachtsstofjes mogelijk maken) en ook transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van fosfolipasen door de membranen van cellen richting de membraan vetten genaamd fosfolipiden in de membranen van cellen mogelijk maken) te vormen, de cellen in je weefsels niet in staat zullen zijn om de membraan vetten genaamd fosfolipiden in hun celmembranen te verteren tot intracellulaire overdrachtsstofjes, de cellen in je weefsels niet in staat zullen zijn om informatie over wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels) intracellulair over te dragen met behulp van intracellulaire overdrachtsstofjes, de cellen in je weefsels geen reacties zullen vertonen op wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels), het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop niet zal dalen, nadat dit is gestegen en ook je bloeddruk niet zal dalen, nadat dit is gestegen ook al beperk je je zout inname (je inname van natrium houdend zout).

De vertering van eiwitten tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal

De vertering (de enzymatische splitsing) van eiwitten tot opgeloste aminozuren in je spijsverteringskanaal zal niet goed verlopen, wanneer je zoutarme voeding onvoldoende voorziet in vocht en onvoldoende voorziet in essentiële voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding), maar zal ook niet goed verlopen wanneer je zoutarme voeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiële stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam).

Wanneer je zoutarme voeding onvoldoende voorziet in vocht en onvoldoende voorziet in essentiële voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding) en/of wanneer je zoutarme voeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiële stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam), dan zullen de kliercellen in je lijf (de kliercellen in de wand van je spijsverteringskanaal en de kliercellen in je alvleesklier) die peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) moeten vormen niet in staat zijn om deze te vormen, zullen deze kliercellen niet in staat zijn om peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) af te geven richting je spijsverteringskanaal en zal ook de optimale zuurtegraad die peptidasen (eiwitten die de vertering van de eiwitten in je voeding in je spijsverteringskanaal tot opgeloste aminozuren mogelijk maken) nodig hebben om goed te kunnen werken ontbreken in je spijsverteringskanaal namelijk.

Dit betekent dat wanneer je zoutarme voeding onvoldoende voorziet in essentiële voedingsstoffen (voedingsstoffen die je lichaam niet zelf kan vormen en voort moeten komen uit je voeding), maar ook wanneer je zoutarme voeding teveel (naar verhouding) voorziet in niet-essentiële stoffen (stoffen die je lichaam zelf kan vormen en stoffen die belastend of toxisch zijn voor je lichaam), de cellen in je weefsels niet in staat zullen zijn om fosfolipasen (eiwitten die de vertering van membraan vetten genaamd fosfolipiden tot intracellulaire overdrachtsstofjes mogelijk maken) en ook transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van fosfolipasen door de membranen van cellen richting de membraan vetten genaamd fosfolipiden in de membranen van cellen mogelijk maken) te vormen, de cellen in je weefsels niet in staat zullen zijn om de membraan vetten genaamd fosfolipiden in hun celmembranen te verteren tot intracellulaire overdrachtsstofjes, de cellen in je weefsels niet in staat zullen zijn om informatie over wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels) intracellulair over te dragen met behulp van intracellulaire overdrachtsstofjes, de cellen in je weefsels geen reacties zullen vertonen op wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels), het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop niet zal dalen, nadat dit is gestegen en ook je bloeddruk niet zal dalen, nadat dit is gestegen ook al beperk je je zout inname (je inname van natrium houdend zout).

Essentiële voedingsstoffen

Essentiële voedingsstoffen betreffen de volgende voedingsstoffen:

  • Alle vitamines (zowel water oplosbare als vet oplosbare varianten).
  • Zes specifieke mineralen (calcium, magnesium, fosfor, kalium, natrium en chloride).
  • Negen specifieke spoorelementen (ijzer, jodium, koper, kobalt, zink, selenium, mangaan, molybdeen en chroom).
  • Negen specifieke aminozuren (histidine, lysine, tryptofaan, fenylalanine, leucine, isoleucine, methionine, valine en threonine).
  • Twee specifieke vetzuren (linolzuur en alfalinoleenzuur).

Voedingsmiddelen die bovengenoemde voedingsstoffen volop bezitten en ook vocht bezitten betreffen:

  • Verse groenten.
  • Vers fruit.
  • Ei, mager vlees, magere vis en magere, naturel (aangezuurde) dierlijke zuivel of soja producten (in zo min mogelijk bewerkte en niet te sterk verhitte/ongebrande vorm).
  • Noten, zaden, pitten, algen, wieren en vette vis (in zo min mogelijk bewerkte en rauwe/onverhitte vorm).

Niet-essentiële stoffen betreffen de volgende voedingsstoffen:

  • Enkelvoudige suikers (zoals glucose, fructose en galactose).
  • Alle overige aminozuren (die hierboven niet genoemd worden).
  • Alle overige vetzuren (die hierboven niet genoemd worden).
  • Cholesterol.
  • Alle overige mineralen en spoorelementen (die hierboven niet genoemd worden).
  • Voedingsstoffen die aanwezig zijn in voedingsmiddelen die een sterk bewerkingsproces of sterk verbrandingsproces hebben ondergaan (en daardoor al allerhande biochemische reacties hebben ondergaan, waardoor ze hun oorspronkelijke structuur en functie hebben verloren en belastend of toxisch zijn geworden).

Dit betekent dat wanneer je zoutarme voeding onvoldoende voorziet in bovengenoemde voedingsmiddelen, maar ook wanneer je zoutarme voeding teveel (naar verhouding) voorziet in andere voedingsmiddelen of voedingsmiddelen die een sterk bewerkingsproces of verbrandingsproces hebben doorgemaakt (en daardoor vele stoffen bezit die niet in je lijf mogen belanden), de cellen in je weefsels niet in staat zullen zijn om fosfolipasen (eiwitten die de vertering van membraan vetten genaamd fosfolipiden tot intracellulaire overdrachtsstofjes mogelijk maken) en ook transport eiwitten (membraan gebonden eiwitten die het transport van fosfolipasen door de membranen van cellen richting de membraan vetten genaamd fosfolipiden in de membranen van cellen mogelijk maken) te vormen, de cellen in je weefsels niet in staat zullen zijn om de membraan vetten genaamd fosfolipiden in hun celmembranen te verteren tot intracellulaire overdrachtsstofjes, de cellen in je weefsels niet in staat zullen zijn om informatie over wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels) intracellulair over te dragen met behulp van intracellulaire overdrachtsstofjes, de cellen in je weefsels geen reacties zullen vertonen op wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels), het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop niet zal dalen, nadat dit is gestegen en ook je bloeddruk niet zal dalen, nadat dit is gestegen ook al beperk je je zout inname (je inname van natrium houdend zout).

(Bel/video)consult

Daalt je bloeddruk niet, terwijl je je zout inname (je inname van natrium houdend zout) beperkt en wil je leren hoe je m.b.v. je voeding ervoor kan zorgen dat de cellen in je weefsels beter t.o.v. eerder in staat zullen zijn om informatie over wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels) intracellulair over te dragen met behulp van intracellulaire overdrachtsstofjes, de cellen in je weefsels vaker t.o.v. eerder reacties zullen vertonen op wijzigingen in het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop (in de buitenwereld van de cellen in je weefsels), het zout gehalte (het natrium gehalte) in de bloedsomloop beter t.o.v. eerder zal dalen, nadat dit is gestegen en ook je bloeddruk beter t.o.v. eerder zal dalen, nadat dit is gestegen?

Vraag je dan een (bel/video) consult aan, want ik help daar graag bij!

www.personalweightloss.nl/gratis-en-vrijblijvend-advies/

Josien Schuttevaar

View all posts

Add comment

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Aangenaam!

Mijn naam is Josien Schuttevaar. Ik ben diëtiste/voedingsdeskundige. In 2013 ben ik mijn eigen praktijk begonnen genaamd Personal Weightloss. Op mijn website kun je alles lezen over voeding, wat ik voor je kan doen en een beetje over mij.

Josien Schuttevaar

Gratis en vrijblijvend advies

Wil je weten hoe ik jou kan helpen om je doelen (m.b.t. het optimaliseren van je gezondheid en het controleren van je gewicht) te bereiken? Vul dit formulier dan in en ik geef je gratis en vrijblijvend advies. Het bereiken van je doelen is ook voor jou weggelegd!